Niet alleen de planten hebben zich in het eerste jaar snel ontwikkeld. Ook onder, op en rond het water wordt het steeds drukker. Steeds meer dieren weten LIFE Watersource te vinden. Het gaat om kleine waterdieren en amfibieën, maar ook om insecten, zoogdieren en vogels.
In en rond het water ontstaat een gevarieerd voedselweb. Watervlooien, slakken, waterkevers en waterwantsen hebben hier hun plek gevonden. Ook de kleine watersalamander komt regelmatig voor. Iedere soort heeft zijn eigen rol. Sommige dieren eten algen of plantenresten, terwijl andere dieren op zoek gaan naar prooien. Zo groeit LIFE Watersource niet alleen vol met planten, maar wordt het ook steeds meer een leefgebied voor dieren.
Ook langs de oevers komen steeds meer verschillende dieren voor. Libellen en waterjuffers profiteren van de combinatie van water en verschillende soorten oevers. Vlinders, zweefvliegen en andere insecten vinden voedsel in de bloeiende planten. In de droge delen van het gebied zijn onder andere verschillende loopkevers en spinnen gevonden.
Ook grotere dieren maken gebruik van het nieuwe landschap. Konijnen gebruiken de droge dijken. Daarnaast zijn hazen, mollen en hermelijnen gezien en zijn er sporen van vossen gevonden. Vogels gebruiken het gebied om te rusten, voedsel te zoeken en soms te broeden. Zo zijn wilde eenden en meerkoeten regelmatig aanwezig. Ook de ijsvogel, tureluur, scholekster en verschillende soorten kwikstaarten zijn gezien.
De grote variatie aan dieren laat zien dat de natuurzones in korte tijd al verschillende functies hebben gekregen. Ze bieden dieren een plek om te leven, voedsel te vinden en zich voort te planten.